Written by

×

Niets erger dan slavernij

De handel in tot slaaf gemaakte Afrikanen en de geracialiseerde slavernij is de ernstigste misdaad tegen de menselijkheid”

Dat meldde geschreven en gesproken Pers op 26 maart 2026; net iets minder vooraan, net iets minder nadrukkelijk dan de aandacht die je voor de “ernstigste misdaad” zou verwachten. Nochtans heeft de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een resolutie goedgekeurd waarachter zich 123 landen hebben geschaard. Over onthoudingen en tegenstemmen zullen we het hier niet hebben. Het zal u niet verbazen dat met de vinger wordt gewezen naar de Europeanen en de Verenigde Staten.

Ik doe hier ook niets af van de omvang in aantal en duur, noch van de onmenselijkheid van wat is gebeurd. Ik grijp alleen de aanleiding om een ander luikje op praktijken van slaverij te openen, die Europa in omgekeerde zin hebben getroffen. Mijn verhaal begint in de St.-Petrus & Pauluskerk in Oostende. De kerk herbergt 25 glas-in-loodpartijen, waarvan enkele imposante partijen in de dwarsbeuken verhalen vertellen i.v.m. de stad. En zo ontdekte ik enkele jaren geleden in de Zuidelijke dwarsbeuk “De vrijkoop van 900.000 gevangen Oost-Indiëvaarders”. Glaskunstenaar Michel Martens zal gedacht hebben dat de gemiddelde bezoeker geen vermoeden zou hebben van het achterliggend verhaal; hij was zo gedienstig om in de raampartij enige toelichting te voorzien: “Kristenen die naar den oost vaarden om alle soorten kostbaarheden werden vaak door de Moren gepraaid. Ze werden te Algiers als slaven verkocht. De Trinitariën (…) rond 1200 gesticht zamelde alhier geld in om over zes eeuwen 900.000 van hen terug te kopen.” Toegegeven, zelfs 900.000 Oost-Indiëvaarders, soms ganse scheepsbemanningen in één keer is niet zo veel, vergeleken met zo’n 12.000.000 zwarte Afrikanen. Maar toch…

Ik vind het een beetje vreemd dat deze slachtoffers door de Internationale Gemeenschap bij deze gelegenheid helemaal over het hoofd worden gezien, of dat de Arabische en Turkse slavenhandelaars niét met de vinger worden gewezen. De christen slaven werden namelijk meestal gevangen genomen door Turkse zeepiraten. De Turken waren, vooral in de 16de en de 17de eeuw, zo driest dat ze met hun schepen op strooptocht kwamen tot in de Noordzee. Er werden zelfs verhalen opgetekend van kunstdorpen waaruit de jonge vrouwen en kinderen werden weggeroofd! De gevangenen werden overgebracht naar Marokko, Algiers, Tunis en zelfs tot in Egypte.

De Orde van de Allerheiligste Drie-eenheid, de Trinitariërs

De Orde van de Trinitariërs tot vrijkoping van de christenen, slaven bij de Turken, werd in Zuid-Frankrijk gesticht door de heiligen Johannes de matha en Felix van Valois. De eerste regel dateert al van 1198. Noteer dat dit toch een paar honderd jaar is voor Columbus’ ontdekking van Amerika, en zeker voor het op gang komen van de trafiek uit zwart Afrika. De Orde verspreidde zich al snel over Europa; en vanuit Picardië ook tot in het graafschap Vlaanderen.

De Trinitariërs staan onder de bescherming van de H. Drievuldigheid; zij vereren Onze Lieve Vrouw van Remedie, wat staat voor herstel, hulp. Alles wordt met drie vermenigvuldigd of gedeeld: volgens hun regel moesten zij minstens 1/3 van hun inkomsten reserveren voor het apostolaat der vrijkoping. Aanvankelijk wonen ze steeds samen met 3 of 6 paters in één klooster, enz. Ze leven in armoede. In de middeleeuwen werden ze de ezelbroeders genoemd, omdat ze als teken van hun armoedig leven alleen ezels als rijdieren gebruikten.

De paters zijn gekleed in een witte pij en op de borst dragen zij het rood-blauwe kruis. De overste wordt minister genoemd; de algemene overste is de minister-generaal.

Naast de Trinitariërs ontstond al snel een gelijkaardige tweede beweging van leken (ridders) en religieuzen, de Orde van de Heilige Maria van het Geldbedrag tot Verlossing van Gevangenen, of gemakshalve de Orde van de Mercedariërs, gesticht in 1218 in Barcelona.

Tot diep in de 18de eeuw

Er zijn vrijkopen gedocumenteerd tot in de jaren 1750, wat aantoont dat de handel in zwarte Afrikanen en witte Europeanen gelijktijdig bestond. Dat Oostende, en bij uitbreiding heel W-Vlaanderen hieronder heel erg te lijden had ligt voor de hand: Oostende was misschien aanvankelijk slechts een kleine vissershaven, maar groeide gaandeweg uit tot een voor die tijd zeer belangrijke internationale havenstad (en kapersnest), nu eens in handen van het katholieke Zuiden, dan weer in handen van de Noordelijke Alliantie. In 1722 richt Karel VI er de GIC op, de Generale Indische Compagnie. Er werd intensief handel gedreven met China/Kanton en India/Bengalen evenals met de Kust van Coromandel (de zuidoostkust van India). Rond 1725 slaat Oostende meer dan 50% van alle in Europa geconsumeerde thee over; het gaat in een 10-tal jaren tijd om meer dan 1 miljoen kg of het equivalent van 700.000 theebuiltjes! Onnodig te zeggen dat de stad een zeer hoog risico liep op ontmoetingen met Arabische en Turkse slavenhandelaars.

De inneming van Algiers in 1830 door de Fransen betekende het einde van de Turkse slavernij. De confrerieën van O.L. Vrouw van Remedie in West-Vlaanderen werden nu gewone religieuze genootschappen, bijna niet meer te onderscheiden van de overige. Alleen een altaar in de kerk, een schilderij waarop christenslaven staan afgebeeld of een beeld van O.L.V. van Remedie herinneren nog aan de vroegere glorietijd.

De vrijkoping van de christenslaven was een dure onderneming. De slavenhandelaars maakten zwaar misbruik van hun machtspositie en eisten steeds hogere losgelden. De onderhandelingen liepen nooit van een leien dakje en sleepten soms jaren aan. De Westerse christenheid heeft eeuwen lang onmenselijk hoge bedragen gestort om haar gevangen geloofsgenoten los te krijgen. De Orden van Trinitariërs en Mercedariërs mochten zich dan al inzetten voor de vrijkoop van christenen, er waren meer middelen nodig. Daarom werden ook (leken en gemengde) confrerieën gesticht, die elkaar solidair bijstonden. De confrerie van Oostende werd gesticht in 1644. Het was een grote (lees bemiddelde) en aktieve confrerie, die herhaalde malen belangrijke sommen besteedde aan de afkoop van slaven, zo bv. werd in 1735 meer dan 20.000 pond betaald voor de vrijkoping van de equipage van het schip van kapitein Gezelle, die uitgevaren was uit Oostende voor rekening van de Oost-Indische compagnie. Nieuwpoort betaalde in 1752 mee in 3.000 livres de France voor de afkoop van Gaspar Cools uit Oostende, gevangen in Algiers, en verscheidene slaven uit Duinkerke, Gent en Brugge. Over heel W-Vlaanderen werden altaren, ommegangen in en buiten de kerk (Processie der Verloste Slaaven), bijzondere preken, pauselijke aflaten enz. ingezet om de kas te spijzen. Andere bronnen van inkomsten waren renten, omhalingen met de schaal, lidgelden, verkoop van boekjes, vrijwillige giften en legaten en de opbrengst van bussen die ophingen in de bargien naar Gent, Oostende, Nieuwpoort en Sluis, in de kerken van bv. Eeklo, Westkerke, Lapscheure en Waardamme… Nu nog valt de kermis van Dadizele op H. Drievuldigheidszondag.

Het beeld van de geketende slaaf

Welk beeld komt bij u op wanneer we het hebben over (Afrikaanse) slaven? Dat van de ontheemde en mishandelde mens, nauwelijks bij machte om de psychische en ijzeren ketens waarin hij geboeid is met zich mee te slepen? We willen ook hier vermelden dat dit lot, helaas, niet gereserveerd was voor Afrikaanse slaven. We zagen bv. op Rottnest Island, Australië, identieke beelden van Aboriginals in het lokale strafkamp. Maar het beeld was ook al veel langer bekend in onze contreien: in de buurt van het confrerie-altaar in de W-Vlaamse kerken stond een offerblok, de zgn. block van de slaeve, in de vorm van het beeld van een gevangen en geketende christenslaaf. En om het allemaal nog wat échter en tastbaarder te maken werden teruggekeerde slaven onthaald in een processie waarin gewoonlijk ook paters Trinitariërs mee opstapten met de geboeide en uitgeputte slaven met hun ketens nog om. Deze ketens werden dan na de stoet opgehangen aan het beeld van O.L.V. van Remedie.

De kleur van de slaaf doet er niet toe; verdienen ‘onze’ slaven ook niet een heel klein beetje erkenning?