Written by

×

Geld heeft de geur van Nivea

En dat wist ik al in 1974.

De kop van een artikel van 31 maart op Landhuisysselsteyn.nl heeft mijn volle aandacht getrokken: “dermatologen ontkrachten de mythe rond de blauwe Nivea crème”… De schrik sloeg me om het hart bij de gedachte dat iemand de mythische herinnering die ik aan Nivea koester sinds meer dan 50 jaar onderuit zou halen. Een snelle diagonale lectuur van het artikel stelde me gerust: dermatologen hebben heel interessant onderzoek gedaan naar Nivea, en enkele tekortkomingen blootgelegd zonder afbreuk te doen aan haar plaats in de basisverzorging. Maar mijn mythe in mijn hoofd blijft overeind, met name: geld heeft de geur van Nivea. Of preciezer nog: als ik het parfum van Nivea opsnuif moet ik meteen aan geld denken, een soort associatieve reflex treedt dan in werking. Niet zo maar geld, Nivea roept bij mij een levendige en prettige herinnering op aan de plethora van nationale bankbiljetten uit de 20ste eeuw; lang geleden dus. Herinneringen aan Belgische bankbiljetten, aan Gulden en Marken, aan Franse franken en Britse ponden. En dat alles heeft, zoals zo vaak, met Oostende te maken.

In de jaren ’70 was ik er student aan het Koninklijk Atheneum. Pasen was voor de student een belangrijk moment op de kalender. De datum viel ongeveer samen met de 100 dagen, een studentenfeest waarmee de laatstejaars hun laatste rechte lijn inzetten, of dat althans hoopten te doen. Maar voor alle studenten vanaf 14 à 15 jaar was Pasen ook de aftrap van het toerismeseizoen aan de kust. Als je een goed zwemmer was kon je een postje als strandredder ambiëren, als je kon zwemmen zoals ik was een plek in de Horeca misschien meer aangewezen. Het waren beide goed betaalde studentenjobs, en dus populair. Het voordeel van werken als kelner was dat je niet enkel fatsoenlijk betaald werd (ik verdiende in 1974 63.00 Bfr, dit is 1.56 Eur/uur), maar dat je met een beetje handigheid ook nog een mooie bijverdienste kon opzetten door speculatie op de wisselkoersen: je aanvaardde tijdens het seizoen vreemde munt aan een lagere koers, en wachtte vervolgens tot je met een hogere koers je voordeel kon doen. Logisch dus dat je als student uitkeek naar het begin van de (Paas)vakantie.

Die laatste vrijdag fietste je ‘s middags naar school langs straten met veel gapende parkeerplaatsen. Wanneer je om 16u00 het schoolgebouw verliet daarentegen, liepen de parkeerplaatsen inmiddels aardig vol. Hoera, de valiezenkoers was, stipt zoals elk jaar, op gang gekomen, de toeristen stroomden de stad in. Zij zouden ons de komende dagen in ruil voor een frisse pint (5.00 Bfr = 0.125 Eur), een wel geserveerde biefstuk-frites (65.00 Bfr = 1.60 Eur) of een uitgebreide 3-gangen dagschotel (120.00 Bfr = 3.00 Eur) hun bankbiljetten toestoppen, en in een welwillend en genereus gebaar bovenop het wisselgeld op tafel achterlaten.

Ik heb altijd vermoed dat velen onder hen al lang voor vertrek planden dat ze na aankomst geen uur onverlet zouden laten van hun zuurverdiende en duur betaalde Paasvakantie-aan-de-Kust. Dat moet volgens mij de reden geweest zijn dat ze zich thuis al met zonnebrandcrème insmeerden. En van alle crèmes was de onbetwistbare nr. 1… Nivea! Terwijl het polyfoon gekwekkel en geroep van dialecten en vreemde talen door en over elkaar de straten vulden verspreidde elk autoportier dat open zwaaide en elk taterend en lachend stel toeristen dat in de buurt kwam een nieuwe wolk Nivea parfum, de voorbode van de overhandiging van Belgische bankbiljetten, Gulden en Marken, Franse franken en Britse ponden.

Als ik het parfum van Nivea opsnuif denk ik nog steeds aan geld.

En vakantie…